zoek op deze website

Nieuws     

maandag 12 november 2018
Voorjaarsaanbieding 2019 nu online!

maandag 29 oktober 2018
'Vaderland' van Fernando Aramburu wordt tv-serie

vrijdag 26 oktober 2018
Annemarie Estor wint Jan Campert-prijs

dinsdag 16 oktober 2018
Finse auteur Arto Paasilinna overleden

vrijdag 12 oktober 2018
Actrice Maggie Gyllenhaal verfilmt ‘De verborgen dochter’ van Elena Ferrante

donderdag 4 oktober 2018
Isabel Allende ontvangt National Book Lifetime Achievement Award

dinsdag 28 augustus 2018
Kreek Daey Ouwens te gast op de Nacht van de Poëzie

dinsdag 7 augustus 2018
Lovende recensies voor toneelstuk 'The Lehman Trilogy' van Stefano Massini

donderdag 26 juli 2018
Internationale première HBO serie ‘De geniale vriendin’ van Ferrante op Filmfestival van Venetië

maandag 2 juli 2018
Markus van der Graaff te gast bij Lezentv

Meer nieuws... -->

Japanse zomer
maandag 13 november 2006

Bob den Uyl Prijswinnaar Jannie Regnerus bezocht de tentoonstelling Japanse zomer in het Van Gogh-museum in Amsterdam en werd overvallen door heimwee naar Japan.

Het is de laatste week van de ‘Japanse zomer’, een tentoonstelling met kunst en ambachtswerken uit de Meiji-periode in het Van Gogh-museum in Amsterdam.
In een grote zaal staan vier vitrinekasten, voor ieder een jaargetijde een. Deze opstelling ligt voor de hand, want in de meeste Japanse kunstuitingen wordt uitvoerig verwezen naar de natuur, of het nu kimonodessins of porselein betreft. In de lentevitrine staan sierlijke vazen met daarop decoratieve elementen die typisch bij de lente horen zoals bloesem of jonge bamboespruiten. De herfstvitrine is gevuld met donkerrood lakwerk waarop esdoornbladeren en een volle maan terugkerende thema’s zijn. Ooit las ik ergens dat hele partijen kisten en dozen per schip naar open zee werden vervoerd om daar, waar vrijwel geen stofdeeltjes door de ruimte dwarrelen, te worden gelakt.

Met mij slenteren toeristen, kunststudenten en een grote groep vrouwen, gekleed in geruite broekpakken, langs de verfijnde objecten. Heel even welt heimwee in mij op. Heimwee naar de Japanse subtiliteit die het oog voortdurend verleidt en die zelfs de kleinste gebruiksvoorwerpen tot kunstwerkjes maakt. Neem de voorwerpen waar eetstokjes op rusten. Het zijn kleine sculpturen in de vorm van een blad of tak, meestal worden ze beschilderd. Een feest van kleur, waarbij zachtgeel overvloeit in groen, net zoals de achtergrondkleuren op een Japanse prent.

Met mijn heimwee wordt korte metten gemaakt zodra ik een zaal betreed met foto’s van de weg tussen Kyoto en Tokio, de zogenaamde Tokaido. Het fotoproject is een hedendaagse variant op de serie houtsnijprenten die Hiroshige twee eeuwen geleden van diezelfde route maakte. Waar Hiroshige pijnboombossen, watervallen en kronkelende weggetjes aantrof, tonen de hedendaagse foto’s grijze landschappen bevolkt met mannen en vrouwen wier handen in witte handschoentjes gestoken zijn, ze vegen stoepen aan, stoepen die al schoon zijn. Ze snoeien bomen die al gesnoeid zijn en wassen auto’s die al glimmen. Het lijkt alsof de hele natie aan smetvrees lijdt. Het heeft ongetwijfeld met Shinto van doen, de nationale religie waarin purificatierituelen een grote rol spelen.

De fotoserie brengt me op slag terug in het steriele Kitakyushu, een Japanse miljoenenstad waar ik een jaar lang woonde en werkte als kunstenaar op een kunstinstituut. Flashbacks van verlaten maar o zo schone straten en vlijtige huisvrouwen die afwisselend stofdoekjes uitslaan en bloempotten poetsen. Ik zie de supermarkten vol ouden van dagen voor me, de lange rijen zwarte en witte auto’s met daarin moeders die hun kinderen naar school of de sportclub rijden en ik voel weer even de lethargie opkomen van een ellenlange zondag in mijn kleine appartement, stiller dan stil. Dan dringen hoogtepunten zich naar voren, de krenten uit de Japanse pap, het bezoek aan de magische warmwaterbronnen en het verblijf bij een boerenfamilie op een boerderij waar ik hielp de rijst te oogsten.

Gedurende dat jaar ben ik steeds iets dieper afgedaald in
het wezen van de Japanner. Helemaal op de bodem ben ik niet geraakt. Die bodem krijg je zelden of nooit te zien. Bij groot verdriet of ongemak knippert men hevig met de oogleden, men beeft, men buigt maar breekt niet. Om het gemoed te sterken en de atmosfeer binnenshuis zuiver te houden, worden ramen en of deuren tijdens een vollemaansnacht nog altijd wagenwijd opengezet opdat het naar binnen schijnende maanlicht het huis en zijn bewoners kan ‘reinigen’. Dat geldt zowel voor een bewoner van een piepklein appartement in Tokio als voor een boer in het noordelijke Hokkaido. Wie een tijdlang naar een volle maan kijkt, zuigt die zuiverende kracht door zijn ogen op en weet zich voorlopig weer verzekerd van een schoon geweten en een krachtig gemoed. Fascinerend vind ik zoiets, dat in de hypermoderne Japanse samenleving voortdurend contact wordt gezocht met de natuur, of het nu kunst, vormgeving van gebruiksvoorwerpen of geestelijk welzijn betreft. Wie in de reinigende kracht van maanlicht gelooft, kan overdag heel wat verstouwen.


Uitgeverij Wereldbibliotheek
Johannes Vermeerstraat 63, 1071 DN Amsterdam
Tel: 020 570 61 00  -  Fax:   -  E-mail: info@wereldbibliotheek.nl (boekhandelsbestellingen svp niet naar info maar naar verkoop@wereldbibliotheek.nl)